Piraterij op de Bahamas

Piraterij op de Bahamas

door Getaway Travel

Ooglapje, houten been en een papegaai als vriend. Iedereen kent het romantische beeld van de oude zeerovers, ontstaan door films als Pirates of the Caribbean. Maar in werkelijkheid viel er niets romantisch aan die beruchte piraten te ontdekken. Ze plunderden, moordden en leefden zonder wetten.

Het gouden tijdperk voor de piraten op de Bahama's heeft zo'n dertig jaar geduurd, van eind zestiende eeuw tot 1718. Nassau vormde het hart van deze piratenrepubliek en bestond uit vieze straten vol met bordelen en bars, waar dieven en schurken elkaar vertelden over hun laatste buit.

Vele eigenaren

Voordat de piraten de scepter zwaaiden over de Bahama's, hebben de eilanden vele eigenaren gekend. Eerst de Spanjaarden in de zestiende eeuw, maar zij verlieten de Bahama's al snel omdat er niets waardevols te halen was.

In 1648 probeerde een groepje Engelse puriteinen van Bermuda een kolonie te stichten op de Bahama's. De meesten gingen door gebrek aan voedsel al snel weer terug naar Bermuda, maar een klein deel stichtte in 1666 Charles Town, het huidige Nassau.

In 1681 gaf de Engelse koning Charles II de eilanden van de Bahamas aan zes verschillende Island Lords. Een gouverneur moest de boel in de gaten houden. Dat lukte echter niet. De kolonisten maakten hun eigen regels en leefden voornamelijk van 'wrecking'; het leegroven van gezonken en verlaten schepen.

Wetteloze Republiek

Door het gebrek aan een echt bestuur op de Bahama's groeide piraterij vanaf begin zeventiende eeuw uit tot een lucratieve business. De vele kleine eilandjes, cays en smalle kanaaltjes maakten de Bahama's tot een goede uitvalsbasis voor de rovers. Spaanse, en later ook Franse en Engelse, schepen, volgeladen met goud, zilver en andere schatten, vielen vaak ten prooi aan de gewelddadige piraten.

Terwijl Engeland tegen Frankrijk en Spanje vocht tijdens de Spaanse Successieoorlog, groeide het aantal piratensteden op de Bahama's en werden steeds meer eilanden bewoond. In 1703 riepen de piraten en kapers de 'Privateer's Republic' (of Kaperrepubliek) uit, een republiek zonder wetten of regels.

Zwartbaards vurige baard

Onder leiding van de belangrijkste piraat in de geschiedenis van de Bahama's, Henry Jennings, floreerde Nassau als piratenkapitaal. De welvaart van de stad trok nieuwe piraten aan, waaronder de beruchte Blackbeard, of Zwartbaard, wiens echte naam Edward Teach was. Hij stond erom bekend zijn slachtoffers te martelen door brandende lonten in zijn haar en baard te dragen.

Tot aan 1718 konden piraten als Zwartbaard hun gang gaan. In dat jaar riep de Engelse koning de Bahama's uit tot een koninklijke kolonie, met Woodes Rogers als gouverneur. Hij gaf de piraten een keus: 'de dood of genade' en na een korte strijd lieten de meeste piraten hun wrede levensstijl varen. Dit betekende het einde van de piraterij.

Herleven van Piratentijdperk

Tegenwoordig beleef je de oude piratentijden in het grappige Pirates Museum in Nassau. Daarnaast proberen de Bahamianen met namen als Blackbeard Steps, Blackbeard's Tower en Blackbeards Island vroegere tijden te doen herleven.

Bij de wateren van Grand Bahama, één van de noordelijkste eilandjes van de Bahama's, is een deel van de tweede 'Pirates of the Caribbean' film opgenomen.

Maar Jack Sparrow is natuurlijk al gevlogen en nergens zijn nog mensen te vinden met houten benen en papegaaien op hun schouder. Gezien het verleden, misschien maar goed ook.

Like deze pagina

Specialisten Bahama's

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Midden-Amerika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Cuba kenner
Sponsors